De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
PNC
Stille waters in Limburg doorgronden

Tussentijdse resultaten

Sinds de start van de campagne werden al 850 stille waters in tuinen en meer natuurlijke omgevingen getest op hun fitheid.

De onderzochte waterelementen scoren vooral goed op het aantal plantensoorten, de bedekkingsgraad van kroos en algen en de morfologie (vorm) van de vijvers.

De onderzochte waterelementen scoren minder goed op het vlak van de bedekkingsgraad van ondergedoken waterplanten, lichtdoorlaatbaarheid (helderheid) van het water, het voorkomen van een dikke sliblaag op de bodem, het aantal vissen en het frequent voeren van vissen.

Een mooie waarneming van kamsalamander en loos blaasjeskruid in Lummen bewijst dat ook zwemvijvers kunnen bijdragen aan hoogwaardige biodiversiteit.

Meer achtergrond over de test

De ecologische basiskwaliteit van een stilstaand waterelement kun je op een eenvoudige manier inschatten door aandachtig naar het waterelement te kijken. Onze aanpak is gebaseerd op de methodiek van de ecologische watersysteemanalyse met ecologische sleutelfactoren (ESF). Deze is ontworpen door STOWA in Nederland.

Meer info

In kader van Stille Waters Doorgronden is de methode aangepast voor een breed publiek. De set van factoren kun je plaatsen binnen vier belangrijke groepen:

  1. voorwaarden voor herstel van ondergedoken waterplanten (ESF 1-3)
  2. voorwaarden voor herstel van gewenste soorten(groepen) (ESF 4-6)
  3. specifieke situaties van o.a. hoge organische belasting en toxische stoffen in de omgeving (ESF 7-8)
  4. de omgeving met zijn verschillende functies die tegenstrijdig kunnen zijn met de functies van het watersysteem (ESF 9).

In de test"Meet de fitheid van je vijver" worden daarom vragen gesteld over de bedekkingsgraad van algen en kroos, van ondergedoken waterplanten, van moerasplanten en van planten met drijvende bladeren die wortelen in de bodem, over het percentage open water, over het aantal soorten planten in het waterelement en over de dikte van de sliblaag op de bodem.
Deze parameters geven hoofdzakelijk een indicatie van de productiviteit van het water (ESF 1) en de productiviteit van de bodem (ESF 3).

Daarnaast worden ook vragen gesteld over de zichtbaarheid van de bodem en de hoeveelheid opgeloste stoffen in het water, wat indicaties zijn van het lichtklimaat en de helderheid van het water (ESF 2).

Vragen naar kleur en geur van het water en indicaties van verontreiniging in het water vertellen ons iets over de organische belasting (ESF 7) en mogelijke verontreinigende stoffen (ESF 8) in bodem en water.

Door te peilen naar het landgebruik in de nabije omgeving, het beheer van het waterelement en de eigendomsrechten leren we bij over de omgeving met zijn verschillende functies die allemaal een invloed uitoefenen op het waterelement.
Neem bijvoorbeeld een ecologisch ingerichte tuin of een perceel dat gebruikt wordt voor intensieve landbouwdoeleinden en dat grenst aan het natuurgebied waar het waterelement zich bevindt (ESF 9).

De gestelde vragen geven ook meer inzicht in de habitatgeschiktheid voor planten en dieren (ESF 4), de verspreidingsmogelijkheden van planten en dieren (ESF 5) en de invloed van onderhoud en vraat op specifieke soorten planten en dieren (ESF 6).

De bijkomende oproep om namen van soorten(groepen) in te geven via waarnemingen.be moet zorgen voor aanvullende info. Maar tot nu toe hebben weinig deelnemers van deze modaliteit gebruik gemaakt waardoor er onvoldoende conclusies kunnen getrokken worden. De fysische kenmerken van het waterelement zoals de vorm en de helling van de oevers geeft ons meer informatie over ESF 1-6.

Voorlopige resultaten

Tot nu toe werd 850 keer een waterelement ingegeven. Volgens de deelnemers zijn de belangrijkste functies het creëren van een biotoop voor planten en dieren (45 %) en het genieten van de schoonheid (50 %). De ingediende elementen worden beschreven als natuurvijvers (46,2  %) en siervijvers (47,9 %) en meer in detail als tuinvijvers (55 %), poelen en vennen (20 %), parkvijvers (7 %), zwemvijvers (1 %), Koivijvers (1 %) en grachten (1 %).

250 stille waters in detail beschreven

Van zo’n 250 waterpartijen is zeer veel informatie beschikbaar. Dat maakt onderbouwde conclusies mogelijk. Ze scoren vooral goed op het vlak van het aantal plantensoorten, de bedekkingsgraad van kroos en algen en de morfologie (vorm) van de vijvers.

60 % herbergt meer dan 3 plantensoorten. Dat is een goed teken want een of twee dominerende soorten kunnen wijzen op een teveel aan voedingsstoffen in het water en/of een woekerende (exotische) plantensoort. Meerdere plantensoorten zijn ook belangrijk als biotoop voor verschillende soorten dieren.

Slechts 10 % van de stille waters heeft een oppervlakte dat met meer dan 25 % bedekt is met kroos en algen. Meer dan 25 % kroos en algen is niet aangewezen en wijst op een verstoord ecologisch systeem. Een beetje algen en kroos is perfect normaal. Maar in een waterelement "uit evenwicht" doen algen en kroos het erg goed. Hierdoor krijgen andere waterplanten onvoldoende licht en ze kwijnen weg of krijgen geen kans. Een te veel aan kroos of algen wijst meestal op een te veel aan voedingsstoffen in het water.
Kroos en algen hebben het voordeel dat ze niet veel moeten investeren in biomassa omdat ze op het water drijven. Mogelijks treedt ook oververhitting op, leven er weinig andere plantensoorten en/of zijn er geen plantengrazers in de voedselketen aanwezig.

Wat betreft de vorm van de vijvers heeft 65 % meer glooiende oevers. Er moet wel vermeld worden dat de tuinvijvers eerder in de groep zitten met de minder glooiende oevers.

Minder goed nieuws

Diezelfde 250 waterelementen doen het minder goed wat betreft bedekkingsgraad van ondergedoken waterplanten en lichtdoorlaatbaarheid (helderheid) van het water.

74,3 % heeft een onderwatervegetatie met een bedekkingsgraad kleiner dan 25 % van de totale oppervlakte. Ondergedoken planten zijn nochtans een van de belangrijkste factoren voor een systeem in evenwicht. Deze planten worden niet voor niets zuurstofplanten genoemd. Ze vullen de hoeveelheid zuurstof in de vijver dikwijls aan. Dit is nodig omdat in elke vijver zuurstof wordt verbruikt bij de vertering van organische materiaal (afgestorven planten en dieren, voedingsstoffen afkomstig van stikstofdepositie of van aangrenzende landbouwpercelen enz).

Als  de zuurstofhoeveelheid sterk daalt, worden giftige stoffen zoals ammoniak en waterstofsulfide (met de kenmerkende geur van rotte eieren) gevormd. Dit komt omdat afbraakreacties bij gebrek aan zuurstof worden uitgevoerd door anaerobe bacteriën (deze kunnen leven zonder zuurstof). De (afbraak)reacties bij een grote hoeveelheid organische materiaal zijn meestal ook verzurend. Zeker wanneer de vijver vissen bevat, zijn zuurstofplanten onmisbaar. Een goede regel is: vijf bundeltjes planten per vierkante meter wateroppervlak.

In de praktijk wordt in veel tuinvijvers wel zuurstof toegevoegd via een pompsysteem of fontein. Zo kan in "een systeem uit evenwicht" toch voldoende zuurstof aanwezig zijn. Deze vijvers moeten evenwel voortdurend voorzien worden van zuurstof, wat tijd en geld kost. En op lange termijn ontstaan er toch problemen omdat een watersysteem uit evenwicht altijd meer en meer uit evenwicht geraakt. Het wordt ook steeds moeilijker om de neveneffecten (zuurstoftekort, toxische stoffen) kunstmatig weg te werken met (biologische) additieven zoals algenbestrijdingsmiddelen.

Ondergedoken waterplanten zijn verder heel belangrijk voor tal van waterdieren. Amfibieën en insectenlarven kunnen er zich verschuilen. Het zijn ook aanhechtingsplaatsen voor eitjes van bepaalde libellen. En last but not least produceren ze ook algenremmende stoffen.

Een tweede negatieve constatatie is dat de bodem in 45 % van de onderzochte vijvers vanaf de kant met moeite of zelfs helemaal niet zichtbaar is. Als we dit combineren met informatie over het houden en voeren van vissen en de aanwezigheid van bomen langs de oever, wijst dit op eerder troebel water. 74,4 % van de deelnemers meldt dat hun waterelement vissen bevat en voert de vissen meerdere keren per week (97,4 %) tot dagelijks (36,8 %).
Daarnaast heeft 30 % van de waterelementen een dikke laag op de bodem die hoofdzakelijk bestaat uit verteerd en onverteerd plantenmateriaal.

Rond 32 % van de waterelementen staan ook veel bomen. Het is aan te raden om iets aan de "helderheid" te doen door de vegetatie en sliblaag te ruimen en afgevallen bladeren te verwijderen.

Wanneer je wil ingrijpen, doe dat dan in september/oktober of  eind februari/begin maart. Dan verstoor je de winterslaap van waterdieren niet.

Opgelet met invasieve waterplanten

Tot slot nog een zeer belangrijk aandachtspunt! Als je planten voor je tuinvijver koopt, kies dan niet voor woekerende soorten. Pas zeker op voor (invasieve) exoten zoals parelvederkruid, waterteunisbloem en waterpest. Deze planten veroorzaken problemen in jouw vijver maar ook elders (zuurstofgebrek, opstopping van beken, verdringen andere planten).

De bestrijding van ontsnapte tuinplanten kost de overheid miljoenen euro’s.

Stille waters in Limburg
Tips voor een fitte vijver

Nieuws

maandag, 13 augustus 2018
Provinciemedewerkers testen de vijver op het domein
De campagne "Meet de fitheid van je vijver" brengt zoveel mogelijk Limburgse vijvers en poelen in kaart en test hun fitheid. Collega’s van het Provinciehuis gingen alvast enthousiast aan de slag in de...
donderdag, 12 juli 2018
Gedeputeerde Vandenhove met twee anderen in de Fruitvallei in Sint-Truiden.
De provinciale campagne "Meet de fitheid van je vijver" loopt van 16 mei tot en met 30 september 2018 en roept elke Limburger op om via www.stillewatersdoorgronden.be de fitheid van vijvers te meten....
woensdag, 20 juni 2018
Blaasjeskruid
Al 690 Stille Waters! 690 Limburgers hebben de fitheid van hun vijver gemeten. Doe ook mee en we hebben nog voor de zomervakantie 1.000 vijvers! Op het einde van juni wordt het eerste...