De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
PNC

LIKONA-jaarboek 2005

Korte inhoud

Nationaal Park Hoge Kempen een schatkamer voor Limburgse en Vlaamse natuur

Voor deze 15de editie van het jaarboek maakt LIKONA een balans op van de Limburgse natuur. In maart 2005 zag ook het Nationaal Park Hoge Kempen (NPHK), het eerste nationaal park in Vlaanderen, het levenslicht. Daarom werd gekozen om een inventarisatie te maken van het nieuwe park en de natuurwaarde anno 2005 onder de loep te nemen om zo een nulmeting te publiceren.

Het jaarboek bevat 14 artikels, een becommentarieerde literatuurlijst en de jaarverslagen van de werkgroepen. Het jaarboek (160 p.) kreeg een eigentijdse vormgeving met talrijke kleurenfoto's.

De artikels handelen over:

Verder bevat het jaarboek 2005 zoals elk jaar een bespreking van meer dan 80 publicaties over uiteenlopende aspecten van natuurstudie in Limburg tijdens dat jaar. Nieuwe soorten vlinders, kevers en paddenstoelen werden besproken. Opmerkelijke vogelwaarnemingen, resultaten van het natuurbeheer, ... het is maar een greep uit de vele becommentarieerde artikels.

Ook elke LIKONA-werkgroep brengt verslag uit van het voorbije jaar, met daarin opmerkelijke vondsten en resultaten.

Bestellen

Je kunt het jaarboek (10 euro) telefonisch of per mail bestellen bij het Provinciaal Natuurcentrum. Je ontvangt een factuur en na betaling wordt het jaarboek verstuurd.

Samenvatting inhoud

Nationaal Park Hoge Kempen, een Kempens hoogtepunt

Johan Van Den Bosch

Sinds de oprichting van de eerste natuurreservaten in de Hoge Kempen, werden heel wat inspanningen geleverd door eigenaars (gemeenten, provincie en Vlaamse Gewest) en beheerders (Afdelingen Natuur en Bos&Groen van de Vlaamse Gemeenschap) om de natuur in de Hoge Kempen te beschermen en te beheren. Nochtans miste het hele gebied een herkenbare identiteit. Het creëren van een gezicht voor de Hoge Kempen is dan ook een belangrijke uitdaging.

Met het concept van een Nationaal Park, wordt het mogelijk om alle inspanningen van diverse overheden en beheerders als een samenhangend geheel aan bewoners en publiek te tonen. Het Nationaal Park groeit daarbij uit tot een sterk merk, dat éénduidig, herkenbaar en begrijpbaar is. Onder die veilige paraplu wordt overheidsbeleid inzake natuurbehoud beter begrepen en dus meer gewaardeerd. Daarnaast wordt een intensivering van de inspanningen voor natuurbehoud beoogd. Zo werd een ambitieus programma van "ontsnippering" uitgewerkt en versneld uitgevoerd.

Het Ecoveloduct, Veloduct en Ecoduct zijn hiervan tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Het opbreken van de "Toeristische weg" die de Mechelse Heide doorsnijdt, is ronduit een historische stap in de realisatie van een groot aaneengesloten natuurreservaat dat een Nationaal Park is. Een derde aandachtspunt is een 10-tal enclaves die de Hoge Kempen ontsieren: van de zand- en grindgroeves, over een rallycross-circuit en een bedrijventerrein. Het Masterplan voorziet in realistische uitdoofscenario’s, gespreid over meerdere jaren.

Het spreekt voor zich dat het concept van het Nationaal Park Hoge Kempen een uitnodiging is aan alle eigenaars en beheerders om inrichting en beheer op elkaar af te stemmen. Harde grenzen tussen bos en heide of administratieve grenzen tussen gemeenten zullen vervagen en het beheer wordt in functie van het maximale behoud van biodiversiteit bijgestuurd.

De zandgroeve van Opgrimbie: een uitzonderlijk kijkvenster op de geologische geschiedenis van de Hoge Kempen

Roland Dreesen, Joyce Mareels en Sigmar Fries

De heringerichte groeve van Opgrimbie (Kikbeekbron) is een site van uitzonderlijke geologische waarde. Hierin worden geologische kijkvensters ingericht en een geologische rotstuin aangelegd, waardoor bezoekers een goed idee krijgen van de complexe maar boeiende geologische voorgeschiedenis van de Hoge Kempen. In de groeve zijn diverse geologische verschijnselen bijzonder goed ontsloten: podzolbodems, polygonale keienbodems, het hoofdterras van de oude Maas (berggrind), fossiele bodems, bruinkool en witte zanden uit de Formatie van Bolderberg. Bovendien getuigen grote Maasgrindblokken in de rotstuin, die werden geselecteerd uit het grindpakket, van de gevarieerde geologie van de diverse stroomopwaarts gelegen herkomstgebieden uit de Ardennen en Noord-Frankrijk.

Natuur- en bosbeheer in de Hoge Kempen

Bert Vanholen, Jos Gorissen, Ghislain Mees en Piet Bex

Het artikel geeft een overzicht van de historiek van het natuur- en bosbeheer van de Hoge Kempen. In hoofdzaak wordt gefocust op de Mechelse Heide. Dit deelgebied werd reeds in 1967 een staatsnatuurreservaat. Alle beheersingrepen werden sindsdien gedocumenteerd. Tevens worden tendenzen en veranderingen in het beheer besproken.

Glanzende parels van de Hoge Kempen

Lily Gora en Bert Berten 

De grindige zandgrond en de stilstaande waterplassen in de Hoge Kempen zijn zo arm aan voedingsstoffen dat er een relatief beperkt aantal plantensoorten  kunnen gedijen. Verschillende soorten hebben speciale eigenschappen, waardoor ze aan extreme omstandigheden zijn aangepast. Het zijn zeer zeldzame soorten, waardoor ze – net als de parels in een parelsnoer - bijzonder kostbaar en dus te koesteren zijn.  De Hoge Kempen is een echte hot spot voor bijzonder zeldzame soorten. Jammer genoeg gaat de kwaliteit van ons water en onze lucht achteruit, waardoor het voortbestaan van deze soorten wordt bedreigd. Willen we onze pareltjes van de Hoge Kempen behouden, dan zijn maatregelen nodig. 

Korstmossen op zomereiken in het Nationaal Park Hoge Kempen - bio-indicatoren van luchtverontreiniging en klimaatswijzigingen

Dries Van den Broeck

In 2005 werden in het Nationaal Park Hoge Kempen 13 monsterpunten op korstmossen onderzocht. Dit kaderde in het breder onderzoek “Monitoring van ammoniak en zwaveldioxide met korstmossen in de provincie Limburg”. Zowel het aantal soorten als de frequentie van voorkomen van de soorten blijken erg veranderlijk sinds 1960.  Deze veranderingen zijn te verklaren vanuit een samenspel van factoren, waarin een toegenomen ammoniakbelasting, een dalende zwaveldioxidebelasting en de klimaatsverandering een rol spelen.

De libellenfauna van het Nationaal Park Hoge Kempen

Geert De Knijf en Jorg Lambrechts

In het Nationaal Park (NP) zijn sinds 1990 niet minder dan 50 libellensoorten genoteerd, wat 83 % is van de soortenlijst van Vlaanderen. Hiervan zijn er 17 opgenomen op de Vlaamse Rode Lijst. Het NP is vooral van belang voor de libellenfauna van zure, voedselarme vennen en hoogveen.  Daarbuiten zijn de bovenlopen van enkele zuivere beken de biotoop van beekbewoners zoals Cordulegaster boltoni en Calopteryx virgo.

Sprinkhanen in het Nationaal Park Hoge Kempen

Jorg Lambrechts, Peter Adriaens en Kris Decleer

Het Nationaal Park is één der belangrijkste – zoniet het belangrijkste – gebieden in Vlaanderen voor sprinkhanen. Er komen 28 sprinkhaansoorten voor, waarvan 15 soorten opgenomen zijn in de Rode Lijst van Vlaanderen. De meeste Rode Lijstsoorten hebben zeer belangrijke populaties in het Nationaal Park. Ze komen doorgaans wijd verspreid in meer natuurgebieden in het gebied voor. Door een goed heidebeheer kunnen normaal gezien van bijna alle soorten voldoende grote populaties in stand gehouden worden. De meeste waargenomen Rode Lijstsoorten zijn immers kenmerkend voor droge of natte heide met inbegrip van hun pioniervegetaties en de overgangen naar bos.

Enkel voor moerassprinkhaan, kustsprinkhaan en veenmol is de toekomst onzeker. Moerassprinkhaan komt maar op één plekje voor en kan dus door een calamiteit (vb. een heidebrand) verdwijnen, hoewel de populatie aan het Breedven al een grote brand heeft overleefd. Kustsprinkhaan komt enkel in een groeve voor en van nature zijn er niet echt geschikte ecotopen aanwezig in het Nationaal Park voor deze soort die van wat voedselrijkere, vochtige graslanden houdt. Veenmol ten slotte is een lastig op te sporen soort die van sterk humeuze bodem houdt en vaak in tuinen wordt waargenomen.

NPHK -  Nationaal Paradijs voor dagvlinders Hoge Kempen

Wouter Vanreusel

De toestand van de dagvlinders in Vlaanderen is lang niet rooskleurig. De provincie Limburg is de vlinderrijkste provincie en draagt dan ook een bijzondere verantwoordelijkheid. Van de 20 soorten die meer in Limburg voorkomen dan in de rest van Vlaanderen, hebben er 17 populaties in of vlakbij het Nationaal Park Hoge Kempen. Drie soorten stierven reeds uit en twee soorten doken recent op in het gebied. De overige soorten doen het niet allemaal even goed. Het is dan ook belangrijk dat bij het beheer en de inrichting van het gebied terdege rekening wordt gehouden met deze kwetsbare soorten. Het artikel geeft een overzicht van de Rode Lijstsoorten in het gebied en bespreken de toestand van hun populaties op basis van de bevindingen van een onderzoek van de Universiteit Antwerpen. Daarnaast zijn er ook enkele suggesties naar beheer en inrichting opgenomen.

De keverfauna van het Nationaal Park

Eugene Stassen en Luc Crèvecoeur

Binnen het Nationaal Park zijn de afgelopen 20 jaar 978 soorten kevers genoteerd. Dit is zowat een kwart van de Belgische fauna en de grootste soortenlijst voor één gebied. De droge heide is voornamelijk rijk aan Carabidae met Carabus nitens als meest opmerkelijke en bijzondere soort. De vennen en venen zijn vrij zuur en daardoor soortenarm maar wel met een zeer specifieke fauna van waterkevers (Dytiscidae) en kortschildekvers (Staphylinidae).
De meeste bossen zijn nog jong en daardoor zal de soortenrijkdom van de kevers als deze bossen verouderen, beduidend toenemen. 

Mieren in het Nationaal Park Hoge Kempen. Indicatoren voor stabiele milieus !

Jorg Lambrechts en Francois Vankerkhoven

Met 34 mierensoorten, ofwel 3/5de van de Vlaamse mierenfauna, is het NPHK soortenrijk te noemen. Er komen een aantal zeer bijzondere soorten voor, bijvoorbeeld de Formica picea, de Strongylognathus testaceus en Tapinoma ambiguum.
Droge heide is het meest waardevolle ecotoop voor mieren in Vlaanderen.  Het beheer van deze terreinen binnen het Nationaal Park is hier dan ook op aangepast.

De wilde bijen op struikheide in het Nationaal Park

Kobe Janssen

Alle karakteristieke wilde bijen van struikheidevelden werden in het Nationaal Park aangetroffen. Met name de waarneming van de boshommel is zeer bijzonder en toont aan dat we nog vele leuke soorten kunnen ontdekken in onze gebieden.
Meer aandacht zal nu gaan naar de verschillende zandbijtjes die in het voorjaar vliegen en, zoals de naam het zegt, hun aanwezigheid verraden door de verschillende zandhoopjes van hun nestjes in de zandpaden. Aangezien het bij het Nationaal Park om zo’n groot en uniek gebied gaat, ontbreken nog zeer veel verschillende soorten op deze lijst.

Negenogen in de Ziepbeek en Asbeek

Thierry Gaethofs en Bart Denayer

De Ziepbeek en Asbeek zijn twee waterlopen gelegen binnen het Maasbekken in Zuid-Oost Limburg (België). De bovenstroomse beektrajecten maken deel uit van het Nationaal Park Hoge Kempen en herbergen een relictpopulatie beekprikken. De beekprik of negenoog is een bedreigde diersoort die op de Rode Lijst vermeld wordt en van communautair belang is binnen de EU.

Dit artikel geeft een overzicht van het huidig voorkomen en de ecologie van deze rondbeksoort binnen het stroomgebied van de Asbeek en Ziepbeek. Verder worden de bedreigingen en de beschermingsmaatregelen becommentarieerd. Ofschoon de beekprik nog steeds talrijk voorkomt in de sterk meanderende opwaartse tracés waar een afwisselend substraat van zand en fijn grind terug te vinden is, heeft de soort te kampen met versnippering, vervuiling en verstoring in de waterhuishouding. Momenteel denken de lokale waterbeheerders plannen uit om verbindingslopen te creeëren om de van elkaar gescheiden populaties opnieuw te verenigen. Deze acties worden ook verondersteld de vernatting van de beekvallei in de hand te werken.

De Herpetofauna van Nationaal Park Hoge Kempen

Peter Engelen

Van 2003 tot en met 2005 zijn op en rondom het Nationaal Park Hoge Kempen gegevens verzameld betreffende de ecologische en ruimtelijke verspreiding van de herpetofauna. Er werden 96 verschillende wateren bemonsterd en de uren gespendeerd aan de zoektocht naar reptielen liep al snel zeer hoog op.
In het Nationaal Park Hoge Kempen werden tien soorten amfibieën en vier soorten reptielen gevonden. Enkel de omgeving van het Steleven, de Asbroek, wegens zijn gesloten karakter en het zuidelijke tipje van dit Nationaal Park werd niet aan een grondige inventarisatie onderworpen.

Avifauna van het Nationaal Park Hoge Kempen

Jan Gabriëls

Het Nationaal Park is ongelooflijk rijk aan broedvogels. Er werden, gedurende verschillende inventarisaties vanaf 1998, 106 broedvogelsoorten gekarteerd. Dit heeft grotendeels te maken met de grote verscheidenheid aan vogelbiotopen in een rustiek landschap met weinig bewoning (enkel aan de rand).

De centrale open ruimte "Mechelse Heide en Vallei van de Zijpbeek" is Vogelrichtlijngebied en bestaat voornamelijk uit structuurrijke droge en natte heide met velerlei overgangen. Daarrond liggen aaneengesloten boscomplexen. De ligging van heel het gebied op en rond de oostelijke steilrand van het Kempens Plateau, het ontbreken van intensieve landbouw en de aaneengesloten bos- en natuurgebieden zijn niet vreemd aan deze zeer hoge avifaunistische waarde.

In dit artikel worden enkel de Vogelrichtlijnsoorten (8) en Rode Lijstsoorten voor Vlaanderen (25), de dag- en nachtroofvogels (10) en de wintergasten, doortrekkers en verdwenen of uitzonderlijke broedvogels (7) besproken. De verschillende broedvogels worden geplaatst in ecotopen, biotopen of landschapstypes welke in het Nationaal Park voorkomen. Van al deze soorten werd het aantal territoria (t) en/of broedparen (bp) weergegeven. Een aantal uitschieters zijn: Nachtzwaluw (135), Zwarte Specht (30), Boomleeuwerik (46), Veldleeuwerik (301), Boompieper (200), Graspieper (191), Blauwborst (44), Gekraagde Roodstaart (65), Grauwe Klauwier (4-5), Geelgors (30) en Rietgors (39 ).
In totaal werden 125 territoria van dagroofvogels opgetekend en 68 nachtroofvogelterritoria, wat overeenkomt met gemiddeld meer dan drie territoria per 100 ha. Tot slot werden enkele zeer zeldzame wintergasten, doortrekkers en verdwenen broedvogels becommentariëerd.